01Wortels
Een bundel fijne wortels houdt de pol vast. De regionale flora beschrijft vooral eenjarige planten; een lokale worteldiepte is niet vastgesteld.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonairePoaceae
Aristida adscensionis L.[1][2]
Fijne graspluimen met drie lange kafnaalden aan ieder bloempje. Collecties uit Rincon, Angola, Pos Calbas, Bolivia en bij Kralendijk leggen de soort voor Bonaire vast. Ook de vroegere naam Aristida swartziana valt volgens Kew onder deze soort.
Leer de plant kennenVolksnamen zijn niet voor iedere soort in alle talen bevestigd. Een wetenschappelijke naam blijft staan waar een betrouwbare vertaling ontbreekt; gedeelde namen bewijzen geen synonymie.[1][4]
Van wortel tot zaad
Fijne graspluimen met drie lange kafnaalden aan ieder bloempje.[3]
Een bundel fijne wortels houdt de pol vast. De regionale flora beschrijft vooral eenjarige planten; een lokale worteldiepte is niet vastgesteld.[3]
Halmen vertakken aan de voet en onderste knopen en worden in de regionale beschrijving 10–80 cm hoog.[3]
De smalle bladeren zijn vlak of ingerold, meestal 1–2 mm breed. Bovenkant en bladpunt voelen ruw aan.[3]
De smalle pluim is ongeveer 5–20 cm lang. Elk vruchtbaar bloempje heeft een kafje dat uitloopt in drie naalden van omstreeks 1–1,5 cm in de lokale flora.[3]
De vrucht is een droge graanvrucht, door kafjes omsloten. De drie naalden behoren aan het kafje, niet aan drie afzonderlijke zaden.[3]
In de droge graanvrucht zit één zaad. De vruchtwand en zaadhuid zijn bij grassen vergroeid; kafjes, haren en naalden behoren niet tot het zaad zelf.[3]
Bonaire & de Antillen
Collecties uit Rincon, Angola, Pos Calbas, Bolivia en bij Kralendijk leggen de soort voor Bonaire vast. Ook de vroegere naam Aristida swartziana valt volgens Kew onder deze soort.[3][4]
Een gras van open, vaak verstoorde grond in warme en droge streken. De kleine bouw en smalle bladeren passen bij zijn standplaatsen; bloei volgt gunstige vochtomstandigheden.[3]
Plant & omgeving
In de internationale voederliteratuur wordt het jonge gras als veevoer beschreven. Bij rijping verminderen smakelijkheid en voederwaarde; de lange naalden maken het stugge gras voor dieren lastig. Een Bonaireaans handelsproduct uit deze soort is niet gedocumenteerd.[1][4][5]
Gebruik door de tijd
Herbarium, veldwerk en menselijk gebruik.
De regionale flora beschreef de Bonaireaanse verzamelingen deels als Aristida adscensionis en deels als A. swartziana. Kew brengt beide namen tegenwoordig onder Aristida adscensionis samen. Een veranderde soortafbakening verbindt zo oude collecties die vroeger apart werden behandeld.[1][3]
Plant & dagelijks leven
Jong gras
In de voederliteratuur wordt het gras vóór het rijpen als voer benut; bij ouder worden daalt de kwaliteit.[6]
Bloemen / Vruchten
De vrucht is een droge graanvrucht, door kafjes omsloten. De drie naalden behoren aan het kafje, niet aan drie afzonderlijke zaden.[3]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms
GBIF Backbone Taxonomy — independently checked species and synonyms
Lindeman & Stoffers (1963), Gramineae — Flora of the Netherlands Antilles
STINAPA, Washington Slagbaai National Park Management Plan 2022–2028, Appendix B
New Mexico State University — annual three-awns on Navajo rangelands
Feedipedia — Aristida adscensionis, forage and awns
Aristida adscensionis, aartjes en groeivorm in Nxai Pan south camp, Botswana (2014-06-29). Aristida adscensionis, aartjes en groeivorm in Nxai Pan south camp, Botswana (2014-06-29).
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 25 oktober 2026.