01Wortels & standplaats
De soort groeit in droog struikgewas, vooral op kalkgrond. De historische Bonaireaanse collecties verbinden haar met rooien en kalkplateaus.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireMalvaceae
Ayenia magna L.[1]
Tussen het droge struikgewas van Bonaire groeit Ayenia magna: een plant van één tot twee meter met behaarde takken en bescheiden groenachtige bloemen. De vruchten vallen meer op. Het zijn kleine doosvruchten met zachte stekeltjes, die bij rijping in vijf delen uiteengaan.
Leer de plant kennenEen vaste Papiamentse, Nederlandse of Engelse volksnaam is in het geraadpleegde eilandregister niet bevestigd. De wetenschappelijke naam wordt daarom gebruikt. Ayenia cardiopetala Sessé ex DC. is een gecontroleerd synoniem. De oudere eilandflora behandelt de plant onder Sterculiaceae; tegenwoordig hoort zij bij Malvaceae.[1][2]
Van wortel tot zaad
De eilandflora beschrijft een eenjarig of kortlevend, meerjarig kruid met een struikachtige groei.[3]
De soort groeit in droog struikgewas, vooral op kalkgrond. De historische Bonaireaanse collecties verbinden haar met rooien en kalkplateaus.[3]
Ongeveer één tot twee meter hoog. Jonge takken, bladstelen en bloemstelen zijn duidelijk behaard.[3]
Eirond met een spitse top en hartvormige voet, ongeveer 2,5–10 cm lang. De rand is gekarteld of getand; ook de bladeren dragen haren.[3]
Kleine groepjes van twee of drie bloemen in de bladoksels. De kroonblaadjes zijn wit-geel-groenachtig en hebben een dunne steelachtige basis.[3]
Afgeplatte, ronde doosvruchten van ongeveer 6–7 mm lang en 10 mm breed, bedekt met zachte stekeltjes van ongeveer 1–1,5 mm.[3]
Donkerbruine, gerimpelde zaden van ongeveer 4 mm. De doosvrucht splitst in vijf delen, elk met één zaad.[3]
Bonaire & de Antillen
Arnoldo verzamelde bloeiende en vruchtdragende planten in Rooi Sangoe bij Dos Pos. Boldingh deed dat bij Rincon en op het kalkplateau van Montagne. Alle drie de vermelde collecties werden in februari gemaakt.[3]
Plant & omgeving
CARMABI noemt Ayenia magna bij de struiken en kruiden van haar kwekerij op Curaçao. De kwekerij stimuleert het gebruik van inheemse planten in tuinen en het landschap. Daardoor krijgt een weinig opvallende wilde plant ook een rol in de keuze van tuinbeplanting.[4]
Gebruik door de tijd
Oude planten- en insectencollecties laten zien hoe deze bescheiden struik deel uitmaakt van het Antilliaanse landschap.
Op 11 februari 1957 vonden onderzoekers Corythucha championi op Ayenia magna bij Wishi in Willemstad. Hun publicatie beschreef de wants als een nieuwe soort. Die kleine bladbewoner verbindt de plant met de geschiedenis van natuuronderzoek op de eilanden.[5]
Plant & dagelijks leven
Lokaal gebruik
De Curaçaose kwekerij van CARMABI neemt deze soort op in haar aanbod van inheemse struiken en kruiden.[4]
Voedsel & gezondheid
Kew registreert medicinaal gebruik van de soort, zonder op deze soortpagina een concrete bereiding of werking te beschrijven. Een geregistreerde medicinale toepassing op Bonaire is ons niet bekend. De geraadpleegde eilandflora beschrijft geen gebruik als voedsel.[1][3]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Namen, herkenning, eilandcollecties en gedocumenteerd gebruik.
Namen, herkenning, eilandcollecties en gedocumenteerd gebruik.
Namen, herkenning, eilandcollecties en gedocumenteerd gebruik.
Namen, herkenning, eilandcollecties en gedocumenteerd gebruik.
Namen, herkenning, eilandcollecties en gedocumenteerd gebruik.
Twee verschillende kleurenfoto’s van Carel de Haseth, gemaakt in Roi Salgá op Curaçao op 1 januari 2015.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 4 oktober 2026