01Wortels
De volwassen plant leeft via zuigorganen op een gastheer; ze heeft geen blijvend normaal wortelstelsel in de bodem.[3][6]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireConvolvulaceae
Cuscuta boldinghii Urb.[1]
Cuscuta boldinghii groeit als fijne geeloranje draden over andere planten. Ze onttrekt water en voeding aan haar gastheer. Voor een zekere soortherkenning zijn de kleine bloemen nodig: zowel kelk- als kroonlobben dragen een opvallend hoorntje dat pas onder vergroting goed te zien is.
Leer de plant kennenHilu di diabel en Aletria di mondi worden in het eilandregister voor meer dan één Cuscuta-soort gebruikt. Het zijn geen synoniemenbewijzen. Kew accepteert Cuscuta boldinghii Urb.; Cuscuta ceratophora Yunck. is een wetenschappelijk synoniem. Cuscuta partita sensu Boldingh was een onjuist toegepaste naam, niet C. partita Choisy.[1][2]
Van wortel tot zaad
Zes onderdelen helpen bij de herkenning.[3][6]
De volwassen plant leeft via zuigorganen op een gastheer; ze heeft geen blijvend normaal wortelstelsel in de bodem.[3][6]
Dun, draadvormig en geeloranje; de stengels dragen de compacte bloemtrossen.[3][6]
Geen gewone groene bladschijven zoals bij de gastheer. Kleine schubben en schutbladen vervangen het opvallende bladerdek.[3][6]
Ongeveer 2,5–4 mm, vers crèmekleurig en droog bruin; kelk en kroon hebben kleine subapicale hoorntjes.[3][6]
Kleine droge doosvruchten, circa 1,8–2,3 mm, die rondom bij de basis openspringen; de verdroogde kroon blijft als kapje zitten.[3][6]
Twee tot vier per doosvrucht, circa 0,75–1,1 mm lang, hoekig tot eirond met fijn bewerkte zaadhuid.[3][6]
De grote bladeren op het herbariumvel horen bij de gastheer. De parasiet is het fijne draadwerk met de kleine bruine bloemtrossen. De hoorntjes aan de bloemen onderscheiden haar van Cuscuta campestris.
Bonaire & de Antillen
Plant & omgeving
De lokale naam Hilu di diabel wordt gedeeld met andere warkruiden. Gebruiksverhalen over Cuscuta americana mogen daardoor niet automatisch aan Cuscuta boldinghii worden toegeschreven.[2]
Gebruik door de tijd
Documenten, collecties en beschreven toepassingen.
Urban beschreef de soort in 1919 aan de hand van Boldinghs Bonaireaanse verzameling. De revisie uit 2011 vermeldt dat het hoofdexemplaar in Berlijn tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk verloren ging; duplicaten in Kew, New York en Utrecht bewaren de botanische vergelijking.[3][4]
Plant & dagelijks leven
Onderzoek
De Utrechtse duplicaatcollectie wordt genoemd in de revisie. Deze relatie met Nederland betreft herbariumonderzoek; een lokale export als handelsgewas is niet aangetoond.[3]
Traditioneel
De officiële Mexicaanse flora registreert medicinaal gebruik, zonder hier een bereiding of aandoening uit te werken. Een Bonaireaanse toepassing voor deze exact bepaalde soort is niet bevestigd.[6]
Tuin & natuur
Een draadparasiet is geen zelfstandig groeiende bodembedekker. Verplaatsing van aangetaste takken kan ook parasietmateriaal meenemen.[1][3]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Namen, verspreiding en plantkenmerken.
Primaire plantenchecklist van het nationale park.
Verschillende beelden van de plant en haar herkenningsdetails.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 16 oktober 2026.