Bonaire PlantengidsDe planten van Bonaire
De planten van BonairePlantenportret 140

Convolvulaceae

Cuscuta boldinghiiEen draadparasiet met kleine hoorntjes aan de bloemen.

Cuscuta boldinghii Urb.[1]

Cuscuta boldinghii groeit als fijne geeloranje draden over andere planten. Ze onttrekt water en voeding aan haar gastheer. Voor een zekere soortherkenning zijn de kleine bloemen nodig: zowel kelk- als kroonlobben dragen een opvallend hoorntje dat pas onder vergroting goed te zien is.

Leer de plant kennen
Herbariumvel K 000196031: Cuscuta boldinghii op een bebladerde gastheer, verzameld in Mexico in 1898.
Herbariumvel K 000196031: Cuscuta boldinghii op een bebladerde gastheer, verzameld in Mexico in 1898.
PAPIAMENTUCuscuta boldinghiiGedocumenteerde eilandnaam.
NEDERLANDSCuscuta boldinghiiCuscuta boldinghii
ENGELSBoldingh’s dodderBoldingh’s dodder
WETENSCHAPPELIJKCuscuta boldinghiiUrb.

Hilu di diabel en Aletria di mondi worden in het eilandregister voor meer dan één Cuscuta-soort gebruikt. Het zijn geen synoniemenbewijzen. Kew accepteert Cuscuta boldinghii Urb.; Cuscuta ceratophora Yunck. is een wetenschappelijk synoniem. Cuscuta partita sensu Boldingh was een onjuist toegepaste naam, niet C. partita Choisy.[1][2]

01

Van wortel tot zaad

Herkennen van wortel tot zaad.

Zes onderdelen helpen bij de herkenning.[3][6]

01Wortels

De volwassen plant leeft via zuigorganen op een gastheer; ze heeft geen blijvend normaal wortelstelsel in de bodem.[3][6]

02Stengels

Dun, draadvormig en geeloranje; de stengels dragen de compacte bloemtrossen.[3][6]

03Bladeren

Geen gewone groene bladschijven zoals bij de gastheer. Kleine schubben en schutbladen vervangen het opvallende bladerdek.[3][6]

04Bloemen

Ongeveer 2,5–4 mm, vers crèmekleurig en droog bruin; kelk en kroon hebben kleine subapicale hoorntjes.[3][6]

05Vruchten

Kleine droge doosvruchten, circa 1,8–2,3 mm, die rondom bij de basis openspringen; de verdroogde kroon blijft als kapje zitten.[3][6]

06Zaden

Twee tot vier per doosvrucht, circa 0,75–1,1 mm lang, hoekig tot eirond met fijn bewerkte zaadhuid.[3][6]

De grote bladeren op het herbariumvel horen bij de gastheer. De parasiet is het fijne draadwerk met de kleine bruine bloemtrossen. De hoorntjes aan de bloemen onderscheiden haar van Cuscuta campestris.

02

Bonaire & de Antillen

Op Bonaire.

Het naamdragende materiaal komt van Bonaire: Boldingh 7379, verzameld tijdens 1909–1910. De soort staat eveneens in de parkchecklist van Washington Slagbaai.[2][3][4][7]

Een plaats in het landschap.

Een volledige parasiet uit seizoensdroge tropische gebieden. Het onderzoek uit 2011 noemt verschillende gastheergeslachten, waaronder Acalypha, Euphorbia, Phyllanthus en Salvia. Dat zijn verspreide onderzoeksgegevens, geen inventaris van gastheren op Bonaire.[1][3]

Plant & omgeving

Namen en gebruik op de eilanden.

De lokale naam Hilu di diabel wordt gedeeld met andere warkruiden. Gebruiksverhalen over Cuscuta americana mogen daardoor niet automatisch aan Cuscuta boldinghii worden toegeschreven.[2]

03

Gebruik door de tijd

Sporen in de geschiedenis.

Documenten, collecties en beschreven toepassingen.

Bonaire · botanische ontdekking1919Urban · Repertorium 16:38; Boldingh 7379

Bonaire staat aan de oorsprong van de naam.

Urban beschreef de soort in 1919 aan de hand van Boldinghs Bonaireaanse verzameling. De revisie uit 2011 vermeldt dat het hoofdexemplaar in Berlijn tijdens de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk verloren ging; duplicaten in Kew, New York en Utrecht bewaren de botanische vergelijking.[3][4]

La Correa · Mexico

Een tweede naam uit een Mexicaanse collectie.

Langlassé verzamelde op 8 oktober 1898 materiaal dat later Cuscuta ceratophora werd genoemd. Het afgebeelde Kew-vel K 000196031 draagt die verzameling. Modern onderzoek brengt deze naam onder Cuscuta boldinghii; het exemplaar is Mexicaans en geen foto van de levende Bonaireaanse plant.[3][5]

Systematisch onderzoek

Kleine hoorntjes, grote taxonomische waarde.

Costea, García Ruiz en Stefanović onderzochten de verwantschap van de gehoornde warkruiden met morfologie en DNA. De studie onderscheidt soorten op bloemdetails die in een geel draadkluwen met het blote oog nauwelijks te zien zijn.[3]

04

Plant & dagelijks leven

Gebruik en aandachtspunten.

Onderzoek

Een echte botanische verbinding met Nederland.

De Utrechtse duplicaatcollectie wordt genoemd in de revisie. Deze relatie met Nederland betreft herbariumonderzoek; een lokale export als handelsgewas is niet aangetoond.[3]

Traditioneel

Een medicinale categorie in Mexico.

De officiële Mexicaanse flora registreert medicinaal gebruik, zonder hier een bereiding of aandoening uit te werken. Een Bonaireaanse toepassing voor deze exact bepaalde soort is niet bevestigd.[6]

Tuin & natuur

Afhankelijk van een gastheer.

Een draadparasiet is geen zelfstandig groeiende bodembedekker. Verplaatsing van aangetaste takken kan ook parasietmateriaal meenemen.[1][3]

05

Bronnen & verantwoording.

Botaniek, geschiedenis en beeldrechten

Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.

  1. 01
  2. 02
  3. 03
  4. 04
    IPNI — Cuscuta boldinghii, Bonaire type information ↗

    Namen, verspreiding en plantkenmerken.

  5. 05
    Kew — herbarium photograph K 000196031, CC BY 3 ↗

    Namen, verspreiding en plantkenmerken.

  6. 06
    UNAM / FloraVeracruz 2021 — Cuscuta boldinghii ↗

    Namen, verspreiding en plantkenmerken.

  7. 07
    STINAPA — Washington Slagbaai management plan2022–2028, AppendixB ↗

    Primaire plantenchecklist van het nationale park.

Foto’s, makers & licenties

Verschillende beelden van de plant en haar herkenningsdetails.

  • Board of Trustees, Royal Botanic Gardens, Kew · La Correa, Michoacan/Guerrero, Mexico; specimen E.Langlasse438, K000196031 · 1898-10-08 (collection); digitisation date unknownBoard of Trustees, Royal Botanic Gardens, Kew · CC BY 3.0 · Bron

De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.

Bijgewerkt: 16 oktober 2026.