01Wortels
Een korte dikke geschubde wortelstok vormt de basis van de pol.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonairePoaceae
Digitaria californica (Benth.) Henrard[1][2]
Een overblijvend gras met opvallend wit behaarde aartjes. Droge open grond is de regionale standplaats. Amerikaanse bronnen beschrijven snelle hergroei na regen, maar plaatselijke hoogten en levensduur verschillen per gebied.
Leer de plant kennenDe genoemde volksnamen zijn gekoppeld aan de aangegeven bronnen en regio’s. Ontbreekt een bevestigde naam, dan blijft de wetenschappelijke naam staan.[1][3][4]
Van wortel tot zaad
Een overblijvend gras met opvallend wit behaarde aartjes.[3]
Een korte dikke geschubde wortelstok vormt de basis van de pol.[3]
Rechte halmen zijn in de regionale flora 10–100 cm hoog. Bladscheden zijn behaard.[3]
Slappe platte bladeren zijn regionaal 7–12 cm lang en 3–5 mm breed, met haren en ruwe randen.[3]
Een smalle pluim van 5–13 cm draagt aartjes met lange witte haren; die geven het katoenachtige uiterlijk.[3]
De grasvrucht is een graanvrucht, omsloten door kafjes; het vruchtbare bovenste kafje wordt bruin bij rijping.[3]
Zaad en vruchtwand zijn bij de graanvrucht vergroeid. Witte haren zijn geen katoenvezels uit een zaaddoos.[3]
Bonaire & de Antillen
De regionale flora noemt Joewa (Boldingh 7299), Angola (Stoffers 828) en Bolivia (Boldingh 7362). De getoonde vellen komen van Angola en het kalkplateau van Bolivia.[3][4][5][6]
Droge open grond is de regionale standplaats. Amerikaanse bronnen beschrijven snelle hergroei na regen, maar plaatselijke hoogten en levensduur verschillen per gebied.[3]
Plant & omgeving
Het blad dient in Amerikaanse weidegebieden als voer; zaaigoed wordt gebruikt bij herstelprojecten. De parkchecklist noteert Kamunchi voor Curaçao, terwijl de regionale flora Yerba ginete voor de Benedenwindse eilanden geeft. Een lokale katoen- of vezelindustrie volgt niet uit de witte haren.[3][4][7]
Gebruik door de tijd
Oude collecties, namen en aantoonbare toepassingen.
USDA beschrijft Arizona cottontop als smakelijk voer voor runderen en paarden en als gras voor bodemherstel. Dat concrete landbouwgebruik is uit de Verenigde Staten; een ingezaaide Amerikaanse selectie is geen bewijs van een Bonaireaanse cultivar.[7]
Plant & dagelijks leven
Bloemen / Vruchten
Kafjes en rijpe vruchten zijn belangrijk voor herkenning; de algemene grasachtige vorm alleen is niet voldoende.[3]
Hele plant
Het blad dient in Amerikaanse weidegebieden als voer; zaaigoed wordt gebruikt bij herstelprojecten. De parkchecklist noteert Kamunchi voor Curaçao, terwijl de regionale flora Yerba ginete voor de Benedenwindse eilanden geeft. Een lokale katoen- of vezelindustrie volgt niet uit de witte haren.[3][4][7]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms
GBIF Backbone Taxonomy — fresh exact-name comparison
J.C. Lindeman & A.L. Stoffers (1963), Gramineae, Flora of the Netherlands Antilles
STINAPA, Washington Slagbaai National Park Management Plan 2022–2028, Appendix B
Naturalis specimen U.1505925
Naturalis specimen U.1505922
USDA-NRCS (2021), Arizona cottontop Plant Guide
Een klein exemplaar uit Angola op Bonaire; Stoffers 828 op Naturalis U.1505925. Boldingh 7362 van Bolivia op Bonaire; een latere determinatie vervangt de oude naam Panicum insulare.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 25 oktober 2026.