01Wortels
Fijne, vezelige wortels houden de basis van de pol vast. Een vaste worteldiepte op Bonaire is niet gedocumenteerd.[3][5]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonairePoaceae
Diplachne fusca (L.) P.Beauv.[1]
Een gras van natte grond, met lange aartjes langs losse zijtakken. De collectie Stoffers 662, achter een dam bij Jatoe Bacoe, is ook in de monografie van 2018 als subsp. fascicularis genoemd. Arnoldo verzamelde dezelfde lokale groep op Sabana.
Leer de plant kennenWaar een betrouwbare Papiamentse of Nederlandse soortnaam ontbreekt, staat de wetenschappelijke naam. De Engelse naam is een gedocumenteerde benaming; oude wetenschappelijke namen staan bij de synoniemen.[1][4]
Van wortel tot zaad
Een gras van natte grond, met lange aartjes langs losse zijtakken.[3]
Fijne, vezelige wortels houden de basis van de pol vast. Een vaste worteldiepte op Bonaire is niet gedocumenteerd.[3][5]
Bij het lokale materiaal zijn de halmen eenjarig, enigszins sappig, rechtop tot uitgespreid, 15–100 cm lang.[3]
Losse bladscheden omvatten de stengel. De bladen zijn vlak tot los ingerold, tot ongeveer 3 mm breed en aan beide kanten ruw.[3]
De pluim is 10–20 cm lang en blijft onderaan soms in de bovenste bladschede steken. Aartjes van 7–12 mm dragen zes tot twaalf bloempjes.[3]
De graanvruchten zitten eerst tussen kafjes die vaak korte naalden hebben. Deze lokale vorm hoort bij subsp. fascicularis.[3]
Iedere graanvrucht bevat één zaad; zaadhuid en vruchtwand zijn nauw verbonden. Een zichtbaar aartje bevat ook kafjes en bloemresten.[3]
Bonaire & de Antillen
De collectie Stoffers 662, achter een dam bij Jatoe Bacoe, is ook in de monografie van 2018 als subsp. fascicularis genoemd. Arnoldo verzamelde dezelfde lokale groep op Sabana.[3][4][5]
De regionale flora noemt greppels en vochtige bodem. Bij deze soort horen meerdere ondersoorten; resultaten van tropische voederproeven gelden niet automatisch voor ieder lokaal type.[3]
Gebruik door de tijd
Verzamelaars, oude namen en aantoonbare toepassingen.
Plant & dagelijks leven
Bloeiwijze
Het aantal, de vorm en de rangschikking van aartjes zijn belangrijk om de soort te herkennen.[3]
Hele plant
De oude lokale naam in de flora is Leptochloa fascicularis; de parkchecklist noemt Leptochloa fusca. Beide zijn hier in hun juiste taxonomische verhouding opgenomen. Een Bonaireaans voedings- of medicinaal recept en uitvoer naar Nederland zijn niet vastgesteld.[4][6]
Collectiemateriaal
Bewaarde planten laten historische namen en vindplaatsen opnieuw onderzoeken.[5]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Kew, Plants of the World Online — Diplachne fusca
GBIF Backbone Taxonomy — Diplachne fusca
Lindeman & Stoffers (1963), Gramineae — Flora of the Netherlands Antilles
STINAPA, Washington Slagbaai Management Plan 2022–2028, Appendix B
GBIF — documented specimen or observation 2515454766
Snow et al. (2018), Monograph of Diplachne
GBIF — second specimen or observation 2517482659
Diplachne fusca, herbariummateriaal uit Jatoe Bacoe, Bonaire; kleurenopname van U.1499551. Diplachne fusca, herbariummateriaal uit Sabana, Bonaire; kleurenopname van U.1499552.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 25 oktober 2026.