Bonaire PlantengidsDe planten van Bonaire
De planten van BonairePlantenportret 314

Cyperaceae

Paarse spikerushEen dwergplant van natte grond met een enkel klein aartje per halm.

Eleocharis atropurpurea (Retz.) J.Presl & C.Presl[1][2]

Een dwergplant van natte grond met een enkel klein aartje per halm. De soort groeit op natte grond. Door haar geringe hoogte en fijne halmen verdwijnt zij gemakkelijk uit het zicht wanneer een natte plek dichtgroeit.

Leer de plant kennen
Stoffers 663 van achter een dam bij Jatoe Bacoe, Bonaire; meerdere dwergpollen.
Stoffers 663 van achter een dam bij Jatoe Bacoe, Bonaire; meerdere dwergpollen.
PAPIAMENTUEleocharis atropurpureaPapiamentse naam waar lokaal of regionaal gedocumenteerd; anders blijft de wetenschappelijke naam staan.
NEDERLANDSPaarse spikerushNederlandse naam waar bevestigd; anders staat de wetenschappelijke naam.
ENGELSPurple spikerushEngelse naam uit een genoemde flora of checklist; dit is geen herkomstaanduiding.
WETENSCHAPPELIJKEleocharis atropurpureaGeaccepteerde wetenschappelijke naam. Oude gecontroleerde namen staan bij de synoniemen.

De genoemde volksnamen zijn gekoppeld aan de aangegeven bronnen en regio’s. Ontbreekt een bevestigde naam, dan blijft de wetenschappelijke naam staan.[1][3][4]

01

Van wortel tot zaad

Van wortel tot zaad.

Een dwergplant van natte grond met een enkel klein aartje per halm.[3]

01Wortels

De eenjarige plant vormt fijne wortels en dichte kleine pollen.[3]

02Stengels

Zeer dunne rechte of gebogen halmen zijn regionaal 3–12 cm hoog.[3]

03Bladeren

Bladschijven ontbreken vrijwel; bruine tot paarse scheden zitten onderaan de halmen en eindigen in een eenzijdige punt.[3]

04Bloemen

Het enkele eindstandige aartje is 2–6 mm lang; groene tot paarse kafjes omhullen de kleine bloemen.[3]

05Vruchten

Het glanzende paarszwarte nootje is circa 0,5 mm lang, afgeplat, met een heel klein wit stijlbasisje.[3]

06Zaden

Eén zaad zit binnen de droge vruchtwand. Een rijp nootje is nodig om deze soort goed van E. geniculata te onderscheiden.[3]

Collectie Hummelinck van 7 september 1948, saliñarand op Klein Bonaire.
Collectie Hummelinck van 7 september 1948, saliñarand op Klein Bonaire.

Kafjes en rijpe vruchten zijn belangrijk voor herkenning; de algemene grasachtige vorm alleen is niet voldoende.

02

Bonaire & de Antillen

Op Bonaire.

Stoffers 663 werd achter een dam ten westen van Jatoe Bacoe verzameld. Een tweede afgebeeld vel, Hummelinck van 7 september 1948, komt van de saliñarand op Klein Bonaire en draagt een latere bevestiging uit 1999.[3][4][5][6]

Een plek in de natuur.

De soort groeit op natte grond. Door haar geringe hoogte en fijne halmen verdwijnt zij gemakkelijk uit het zicht wanneer een natte plek dichtgroeit.[3]

Plant & omgeving

Naam en gebruik.

De lokale bronnen documenteren natte groeiplaatsen en botanische collecties. Een Bonaireaanse voedings-, geneesmiddel- of vezeltoepassing is niet bevestigd. De soort is niet de gekweekte waterkastanje Eleocharis dulcis.[3][4]

03

Gebruik door de tijd

Geschiedenis en plantgebruik.

Oude collecties, namen en aantoonbare toepassingen.

Jatoe Bacoe8 november 1952Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms

Een plant achter een dam

Het herbariumvel van Stoffers 663 bewaart meerdere hele pollen van dezelfde vindplaats. De collectie laat zien hoe een kleine plant onderdeel van de historische documentatie van Bonaire’s tijdelijke natte plekken werd.[1][3][5][6]

Geschiedenis van de soort

Een vergissing op een ander continent

Canadese onderzoekers ontdekten dat oudere meldingen bij Osoyoos Lake bij E. geniculata hoorden. Het grootteverschil van de rijpe nootjes hielp de twee soorten scheiden. Dezelfde kenmerken zijn ook bij Antilliaans materiaal belangrijk.[7]

04

Plant & dagelijks leven

Gebruik van plantdelen.

Bloemen / Vruchten

Nauwkeurig herkennen

Kafjes en rijpe vruchten zijn belangrijk voor herkenning; de algemene grasachtige vorm alleen is niet voldoende.[3]

Hele plant

Aantoonbaar gebruik

De lokale bronnen documenteren natte groeiplaatsen en botanische collecties. Een Bonaireaanse voedings-, geneesmiddel- of vezeltoepassing is niet bevestigd. De soort is niet de gekweekte waterkastanje Eleocharis dulcis.[3][4]

05

Bronnen & verantwoording.

Botaniek, geschiedenis en beeldrechten

Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.

  1. 01
    Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms ↗

    Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms

  2. 02
    GBIF Backbone Taxonomy — fresh exact-name comparison ↗

    GBIF Backbone Taxonomy — fresh exact-name comparison

  3. 03
    Lindeman & Stoffers (1963), Cyperaceae, Flora of the Netherlands Antilles ↗

    Lindeman & Stoffers (1963), Cyperaceae, Flora of the Netherlands Antilles

  4. 04
    STINAPA, Washington Slagbaai National Park Management Plan 2022–2028, Appendix B ↗

    STINAPA, Washington Slagbaai National Park Management Plan 2022–2028, Appendix B

  5. 05
    Naturalis specimen U.1296560 ↗

    Naturalis specimen U.1296560

  6. 06
    Naturalis specimen U.1296558 ↗

    Naturalis specimen U.1296558

  7. 07
    COSEWIC (2009), Bent spike-rush — distinguishing E. geniculata and E. atropurpurea ↗

    COSEWIC (2009), Bent spike-rush — distinguishing E. geniculata and E. atropurpurea

Foto’s, makers & licenties

Stoffers 663 van achter een dam bij Jatoe Bacoe, Bonaire; meerdere dwergpollen. Collectie Hummelinck van 7 september 1948, saliñarand op Klein Bonaire.

  • Naturalis Biodiversity Center · Bonaire, W. van Jatoe Bacoe, bij dam. · 1952-11-08Naturalis Biodiversity Center · CC0 1.0 · Bron
  • Naturalis Biodiversity Center · Bonaire · 1948-09-07Naturalis Biodiversity Center · CC0 1.0 · Bron

De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.

Bijgewerkt: 25 oktober 2026.