01Wortels
De overblijvende plant heeft een wortelstok met vele fijne wortels; wortelstoklengte varieert tussen beschrijvingen.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireCyperaceae
Eleocharis mutata (L.) Roem. & Schult.[1][2]
Een forse moerasplant met scherp driekantige halmen en lange eindstandige aren. De regionale flora beschrijft een pionier van poelen en moerassen, ook in zout milieu. Stoffers beschreef haar tevens bij de permanente zoetwaterpoel van Put Bronswinkel. De soort is dus geen bewijs dat al haar vindplaatsen zout zijn.
Leer de plant kennenDe genoemde volksnamen zijn gekoppeld aan de aangegeven bronnen en regio’s. Ontbreekt een bevestigde naam, dan blijft de wetenschappelijke naam staan.[1][3][4]
Van wortel tot zaad
Een forse moerasplant met scherp driekantige halmen en lange eindstandige aren.[3]
De overblijvende plant heeft een wortelstok met vele fijne wortels; wortelstoklengte varieert tussen beschrijvingen.[3]
Stevige scherp driekantige halmen zijn regionaal 40–100 cm hoog en hebben geen dwarsschotten.[3]
Bladschijven ontbreken; lange vliezige lichtbruine tot paarsbruine scheden omgeven de voet.[3]
Een cilindrisch aartje van 1,5–5 cm staat boven elke halm, met strogele brede kafjes en vele kleine bloemen.[3]
Het geelbruine glanzende nootje is circa 2–2,5 mm lang, met een verdikte ring onder de blijvende stijlbasis.[3]
Eén zaad ligt in elke droge vrucht. De plant is niet de voor eetbare knollen geteelde E. dulcis.[3]
Bonaire & de Antillen
Put Bronswinkel is met Arnoldo 1417 en Stoffers 682 gedocumenteerd. Beide getoonde kleurenscans bewaren deze Bonaireaanse collecties uit 1952.[3][4][5][6]
De regionale flora beschrijft een pionier van poelen en moerassen, ook in zout milieu. Stoffers beschreef haar tevens bij de permanente zoetwaterpoel van Put Bronswinkel. De soort is dus geen bewijs dat al haar vindplaatsen zout zijn.[3]
Gebruik door de tijd
Oude collecties, namen en aantoonbare toepassingen.
Stoffers noemde Eleocharis mutata bij de permanente poel van Put Bronswinkel samen met andere waterplanten. Zulke zoetwatergemeenschappen zijn volgens zijn vegetatieonderzoek schaars op de droge Benedenwindse eilanden.[7]
Plant & dagelijks leven
Bloemen / Vruchten
Kafjes en rijpe vruchten zijn belangrijk voor herkenning; de algemene grasachtige vorm alleen is niet voldoende.[3]
Hele plant
De hoge halmen en wortelstokken maken deze soort tot een herkenbaar deel van moerasvegetatie. Betrouwbare soortspecifieke gegevens over Bonaireaans vlechtwerk, dakbedekking, consumptie of uitvoer zijn niet gevonden in de geraadpleegde lokale bronnen.[3][4]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Kew, Plants of the World Online — accepted name and synonyms
GBIF Backbone Taxonomy — fresh exact-name comparison
Lindeman & Stoffers (1963), Cyperaceae, Flora of the Netherlands Antilles
STINAPA, Washington Slagbaai National Park Management Plan 2022–2028, Appendix B
Naturalis specimen U.1296458
Naturalis specimen U.1296453
A.L. Stoffers, Fresh and oligohalinous water communities — Put Bronswinkel
Acevedo-Rodriguez & Strong (2012), Catalogue of Seed Plants of the West Indies — type and Jamaican name
Stoffers 682 van Put Bronswinkel, Bonaire; brede gedroogde driekantige halmen en lange aartjes. Arnoldo 1417 van Put Bronswinkel; een andere collectie met gevouwen halmen.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 25 oktober 2026.