01Wortels
De wortels groeien in de grond en nemen water en voedingsstoffen op. De ranken houden de stengels aan takken en andere steunpunten vast.[1]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonairePassifloraceae
Passiflora foetida-complex [1]
Korona di Labirgen slingert zich door andere planten. Tussen het gelobde blad verschijnen bloemen met een opvallende krans van draden. De naam Passiflora foetida is op de Antillen lang breed gebruikt. De vorm die uit Bonaire is beschreven, wordt tegenwoordig ook als de zelfstandige soort Passiflora moritziana erkend.
Leer de plant kennenDeze pagina behandelt de lokaal gebruikte naam en het historisch brede Passiflora foetida-complex. Stoffers noemt de Bonaireaanse planten var. moritziana; Kew erkent die nu als Passiflora moritziana. De eilandfoto’s zijn geregistreerd onder de ruimere naam P. foetida en leggen die fijnere determinatie niet vast.[1]
Van wortel tot zaad
Bekijk blad, bloemen en vruchten samen: één kenmerk vertelt niet het hele verhaal.
De wortels groeien in de grond en nemen water en voedingsstoffen op. De ranken houden de stengels aan takken en andere steunpunten vast.[1]
Dunne kruidachtige stengels met klimranken en beharing. Voor de Bonaireaanse vorm beschrijft de flora zeer korte, fijne witte haren.[1]
Het blad is doorgaans drielobbig. Kijk ook naar de beharing en de kleine steunblaadjes bij de bladsteel; bladvorm alleen scheidt de verwante soorten niet betrouwbaar.[1]
Passiebloemen hebben rond hun centrum een bijkroon van draden. Bloemen in deze groep zijn witachtig tot paarsachtig; kleine ingesneden schutblaadjes omringen de knop.[1]
Een ronde tot eivormige bes binnen de blijvende schutblaadjes. De flora noemt bij moritziana vruchten van ongeveer 3 cm lang.[1]
De zaden hebben een netachtig patroon op hun oppervlak en liggen in het vruchtweefsel.[1]

Deze pagina behandelt de lokaal gebruikte naam en het historisch brede Passiflora foetida-complex. Stoffers noemt de Bonaireaanse planten var. moritziana; Kew erkent die nu als Passiflora moritziana. De eilandfoto’s zijn geregistreerd onder de ruimere naam P. foetida en leggen die fijnere determinatie niet vast.

Bonaire & de Antillen
De Antilliaanse flora vermeldt onder var. moritziana vondsten uit onder meer Rincon, Dos Pos, Kralendijk, Fontein en Bolivia. Daarmee is de lokale plant beter gedocumenteerd dan alleen via de algemene naam “passiebloem”.[1]
De ranken laten de plant omhoog groeien zonder zelf een stevige boomstam te vormen. Een stengel tussen een struik is daardoor niet automatisch een schadelijke parasiet: de plant haalt water en voedingsstoffen via haar eigen wortels uit de bodem.[1]
Gebruik door de tijd
Oude collecties helpen moderne onderzoekers om soorten opnieuw af te bakenen.
Stoffers behandelde de lokale plant in 1966 als Passiflora foetida var. moritziana en somde concrete Bonaireaanse vindplaatsen op. In de huidige Kew-indeling is Passiflora moritziana een geaccepteerde soort. Dat verklaart waarom twee betrouwbare bronnen verschillende Latijnse namen kunnen gebruiken voor dezelfde historische collecties.[1][2]
Plant & dagelijks leven
Herkennen
De bloemen zijn een goede aanleiding om de wilde klimplanten rond een erf te leren kennen. Voor het onderscheiden van de nauw verwante soorten zijn ook beharing en schutblaadjes belangrijk.[1]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Namen, plantkenmerken of het bij de tekst vermelde gebruik en onderzoek.
Namen, plantkenmerken of het bij de tekst vermelde gebruik en onderzoek.
Namen, plantkenmerken of het bij de tekst vermelde gebruik en onderzoek.
Twee verschillende kleurenfoto’s. Herkomst, maker en licentie staan per beeld vermeld. De uitsnede past zich aan het scherm aan.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 30 september 2026