01Wortels
Een penwortel met zijwortels; samenlevende wortelknolbacteriën kunnen stikstof vastleggen. Een lokale worteldiepte is niet vastgesteld.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireFabaceae
Macroptilium lathyroides (L.) Urb.[1]
Tussen andere kruiden staan lange bloemstelen met donkerrode tot paarsrode vlinderbloemen. Het blad bestaat uit drie deelblaadjes. De plant kan rechtop groeien, over de bodem liggen of steun zoeken in omringende begroeiing.
Leer de plant kennenDe verwantschap met bonen verklaart het uiterlijk, maar een bevestigde Bonaireaanse consumptietraditie ontbreekt. Het duidelijkst gedocumenteerde gebruik is veevoer en bodemverbetering buiten Bonaire. Gecontroleerde oudere wetenschappelijke namen: Lotus maritimus Vell.; Macroptilium lathyroides subsp. semierectum (L.) Urb.; Macroptilium lathyroides var. angustifolium Stehlé; Macroptilium lathyroides var. bustarretianum Stehlé & Quentin; Macroptilium lathyroides var. lathyroides; Macroptilium lathyroides var. semierectum (L.) Urb.; Phasellus lathyroides (L.) Moench; Phaseolus candidus f. maritimus (Benth.) Hassl.; Phaseolus cinnabarinus Salisb.; Phaseolus crotalarioides Mart.; Phaseolus crotalarioides Mart. ex Benth.; Phaseolus hastaefolius Mart..[1][2]
Van wortel tot zaad
De combinatie van bladeren, bloemen en vruchten helpt bij herkenning.[3]
Een penwortel met zijwortels; samenlevende wortelknolbacteriën kunnen stikstof vastleggen. Een lokale worteldiepte is niet vastgesteld.[3]
Kruidachtig, later soms houtig aan de voet, behaard en vertakt; vaak ongeveer 0,6–1 m hoog, met langere klimmende vormen.[3]
Drietallig, met eironde tot lancetvormige deelblaadjes; de onderzijde is behaard. De zijblaadjes kunnen een kleine lob aan de voet hebben.[3]
Rood tot paarsrood in trossen op lange stelen; de kiel is gedraaid. Zeldzaam komen witte of roze vormen voor.[3]
Dunne peulen van ongeveer 5,5–12 cm; rijpe kleppen draaien sterk wanneer de peul openspringt.[3]
Kleine langwerpige, iets afgeplatte zaden, vaak grijsbruin of zwart gemarmerd; een peul bevat talrijke zaden.[3]
Bonaire & de Antillen
De soort staat in de Bonaireaanse parkchecklist. Wild bushbean is in het eilandregister vermeld; een gevestigde Papiamentse of Nederlandse volksnaam is niet bevestigd.[5]
De soort verdraagt tijdelijke wateroverlast beter dan veel andere voederleguminosen en kan zich snel uit zaad vestigen. In andere tropische gebieden is zij als voederplant ingevoerd en soms verwilderd.[3]
Gebruik door de tijd
Een verbinding met Wageningen.
Jones en ’t Mannetje beschreven deze soort in 1992 in Plant Resources of South-East Asia: Forages, uitgegeven door Pudoc in Wageningen. Dat is een concrete Nederlandse wetenschappelijke verbinding met de voederplant; een koloniale uitvoerketen vanuit Bonaire is hiermee niet aangetoond.[1][4]
Plant & dagelijks leven
Toepassingen
In tropische landbouw wordt zij gebruikt voor beweiding, hooi en groenbemesting. De snel openspringende peulen maken zaadoogst lastig. Medicinaal gebruik is in taxonomische overzichten geregistreerd, maar een lokale bereiding en veilige dosis zijn niet bevestigd.[3][4]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
Naam, herkenning, verspreiding of gedocumenteerd gebruik; zie de specifieke bron.
De opnameplaatsen staan bij de fotoverantwoording.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 17 oktober 2026.