Bonaire PlantengidsDe planten van Bonaire
De planten van BonairePlantenportret 260

Surianaceae

Tabaku di piskadó muhéEen grijsgroene kuststruik met gele bloemen en behaarde, harde vruchtjes.

Suriana maritima L.[1][2]

De smalle grijsgroene bladeren zitten dicht bij de takuiteinden. Daartussen openen gele bloemen, vaak gedeeltelijk door het blad verborgen. Suriana maritima groeit vlak achter het strand en op rotsige kusten; op Bonaire hoort zij ook bij het landschap rond Lac en de zuidelijke zoutpannen.

Leer de plant kennen
Tabaku di piskadó muhé als kuststruik op Klein Bonaire.
Tabaku di piskadó muhé als kuststruik op Klein Bonaire.
PAPIAMENTUTabaku di piskadó muhéGeregistreerde Papiamentse naam.
NEDERLANDSSuriana maritimaGeen vaste Nederlandse naam bevestigd; de wetenschappelijke naam staat hier.
ENGELSBaycedarEngelse benaming.
WETENSCHAPPELIJKSuriana maritimaGeaccepteerde wetenschappelijke naam; oudere namen en afbakening staan in de toelichting.

Tabaku di piskadó muhé en varianten zijn geregistreerd. Ook Bai no bolber komt voor, maar die naam wordt tevens voor Strumpfia maritima gebruikt. Suriana is geen tabakssoort en geen ceder. Bouzetia maritima is een door Kew bevestigd ouder synoniem.[1][2][3][4]

01

Van wortel tot zaad

Van wortel tot zaad.

Een grijsgroene kuststruik met gele bloemen en behaarde, harde vruchtjes.[5]

01Wortels

Een houtig wortelstelsel ondersteunt de kuststruik. De regionale soortbeschrijving geeft geen betrouwbare lokale worteldiepte.[5]

02Stengels

Een sterk vertakte struik, regionaal tot 2–2,5 m. De jonge takken zijn bedekt met grijsbruine tot donkerbruine haren.[5]

03Bladeren

Afwisselend en samengedrongen aan de toppen, lijn- tot spatelvormig, 1–3,5 cm lang. Het blad is dik en behaard, met gave randen.[5]

04Bloemen

Gele bloemen met vijf kroonbladen, alleenstaand of enkele bijeen in korte okseltrossen. De kroonbladen meten regionaal ongeveer 6–8 mm; er zijn tien meeldraden.[5]

05Vruchten

Een groep van meestal drie tot vijf ronde tot omgekeerd eivormige vruchtdeeltjes, 4–5 mm lang, dicht bruin behaard en omgeven door de blijvende kelk.[5]

06Zaden

Elk rijp vruchtdeeltje bevat één zaad binnen een harde wand. Het embryo is in de regionale geslachtsbeschrijving hoefijzervormig.[5]

De gele bloemen en dicht opeen staande bladeren op Bonaire.
De gele bloemen en dicht opeen staande bladeren op Bonaire.

Gele bloemen en wat bredere behaarde blaadjes onderscheiden Suriana van de wit-roze bloeiende Strumpfia, die óók Bai no bolber kan heten.

02

Bonaire & de Antillen

Op Bonaire.

De flora noemt Willemstoren, Lac, duinen ten zuiden van Lac, Witte Pan–Blauwe Pan en de weg naar de zoutpannen bij Pekelmeer. Stoffers 471 van Willemstoren droeg in oktober bloemen en vruchten. De foto’s zijn van Bonaire en Klein Bonaire.[3][5]

De plant in haar omgeving.

Een soort van zoute standplaatsen, stranden en rotsige kuststroken in de tropen. Zij verdraagt wind, zoutnevel en droogte en wordt daarom elders in kustbeplanting gebruikt. Haar natuurlijke verspreiding loopt ook langs de Indische en Stille Oceaan.[1][5]

Plant & omgeving

Naam en traditie.

De Bahamaanse bron beschrijft traditioneel gebruik bij jeuk, keelpijn en kiespijn, en als middel om braken op te wekken. De naam Tabaku di piskadó bewijst op zichzelf geen rookgebruik op Bonaire. Een lokale bereidingswijze of soortspecifieke koloniale handelsroute is niet bevestigd.[4][6]

03

Gebruik door de tijd

Geschiedenis en plantgebruik.

Bronnen verbinden de plant met mensen, plaatsen en veranderende kennis.

Curaçao1868G.J. Simons 1868 — Beschrijving van het eiland Curaçou, plant list

Een kustplant op een oude eilandenlijst

G.J. Simons nam Suriana maritima op in zijn Beschrijving van het eiland Curaçou uit 1868. Bij andere soorten gaf hij toepassingen, maar de regel van Suriana bevat geen uitgewerkte gebruikstekst. Het is een historische vermelding, geen bewijs dat de plant werd uitgevoerd of gerookt.[7]

04

Plant & dagelijks leven

Gebruik van plantdelen.

Kustbeplanting

Zout en wind verdragen

De Bahamaanse plantentuin beschrijft Suriana als een struik voor kusttuinen vanwege zout- en droogtetolerantie. Lokale herkomst en groeiruimte blijven van belang bij aanplant.[6]

05

Bronnen & verantwoording.

Botaniek, geschiedenis en beeldrechten

Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.

  1. 01
    Kew POWO — Suriana maritima; accepted name and synonyms ↗

    Kew POWO — Suriana maritima; accepted name and synonyms

  2. 02
    GBIF — Suriana maritima L.; taxon and synonyms ↗

    GBIF — Suriana maritima L.; taxon and synonyms

  3. 03
    STINAPA — Washington Slagbaai 2022–2028, Appendix B ↗

    STINAPA — Washington Slagbaai 2022–2028, Appendix B

  4. 04
    Naturalis — Dutch Caribbean Species Register ↗

    Naturalis — Dutch Caribbean Species Register

  5. 05
    Stoffers — Simaroubaceae, pp. 310–312, Suriana maritima ↗

    Stoffers — Simaroubaceae, pp. 310–312, Suriana maritima

  6. 06
    Leon Levy Native Plant Preserve — Suriana maritima; tradition and coastal planting ↗

    Leon Levy Native Plant Preserve — Suriana maritima; tradition and coastal planting

  7. 07
    G.J. Simons 1868 — Beschrijving van het eiland Curaçou, plant list ↗

    G.J. Simons 1868 — Beschrijving van het eiland Curaçou, plant list

Foto’s, makers & licenties

Tabaku di piskadó muhé als kuststruik op Klein Bonaire. De gele bloemen en dicht opeen staande bladeren op Bonaire.

  • (c) Leshell, some rights reserved (CC BY-NC) · Klein Bonaire, BQ · 2023-01-22(c) Leshell, some rights reserved (CC BY-NC) · CC-BY-NC · Bron
  • (c) Robert Levy, some rights reserved (CC BY-NC) · Bonaire, BQ · 2023-02-23(c) Robert Levy, some rights reserved (CC BY-NC) · CC-BY-NC · Bron

De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.

Bijgewerkt: 19 oktober 2026.