01Wortels
Een houtig wortelstelsel ondersteunt de kuststruik. De regionale soortbeschrijving geeft geen betrouwbare lokale worteldiepte.[5]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireSurianaceae
De smalle grijsgroene bladeren zitten dicht bij de takuiteinden. Daartussen openen gele bloemen, vaak gedeeltelijk door het blad verborgen. Suriana maritima groeit vlak achter het strand en op rotsige kusten; op Bonaire hoort zij ook bij het landschap rond Lac en de zuidelijke zoutpannen.
Leer de plant kennenTabaku di piskadó muhé en varianten zijn geregistreerd. Ook Bai no bolber komt voor, maar die naam wordt tevens voor Strumpfia maritima gebruikt. Suriana is geen tabakssoort en geen ceder. Bouzetia maritima is een door Kew bevestigd ouder synoniem.[1][2][3][4]
Van wortel tot zaad
Een grijsgroene kuststruik met gele bloemen en behaarde, harde vruchtjes.[5]
Een houtig wortelstelsel ondersteunt de kuststruik. De regionale soortbeschrijving geeft geen betrouwbare lokale worteldiepte.[5]
Een sterk vertakte struik, regionaal tot 2–2,5 m. De jonge takken zijn bedekt met grijsbruine tot donkerbruine haren.[5]
Afwisselend en samengedrongen aan de toppen, lijn- tot spatelvormig, 1–3,5 cm lang. Het blad is dik en behaard, met gave randen.[5]
Gele bloemen met vijf kroonbladen, alleenstaand of enkele bijeen in korte okseltrossen. De kroonbladen meten regionaal ongeveer 6–8 mm; er zijn tien meeldraden.[5]
Een groep van meestal drie tot vijf ronde tot omgekeerd eivormige vruchtdeeltjes, 4–5 mm lang, dicht bruin behaard en omgeven door de blijvende kelk.[5]
Elk rijp vruchtdeeltje bevat één zaad binnen een harde wand. Het embryo is in de regionale geslachtsbeschrijving hoefijzervormig.[5]
Bonaire & de Antillen
Plant & omgeving
De Bahamaanse bron beschrijft traditioneel gebruik bij jeuk, keelpijn en kiespijn, en als middel om braken op te wekken. De naam Tabaku di piskadó bewijst op zichzelf geen rookgebruik op Bonaire. Een lokale bereidingswijze of soortspecifieke koloniale handelsroute is niet bevestigd.[4][6]
Gebruik door de tijd
Bronnen verbinden de plant met mensen, plaatsen en veranderende kennis.
G.J. Simons nam Suriana maritima op in zijn Beschrijving van het eiland Curaçou uit 1868. Bij andere soorten gaf hij toepassingen, maar de regel van Suriana bevat geen uitgewerkte gebruikstekst. Het is een historische vermelding, geen bewijs dat de plant werd uitgevoerd of gerookt.[7]
Plant & dagelijks leven
Kustbeplanting
De Bahamaanse plantentuin beschrijft Suriana als een struik voor kusttuinen vanwege zout- en droogtetolerantie. Lokale herkomst en groeiruimte blijven van belang bij aanplant.[6]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Kew POWO — Suriana maritima; accepted name and synonyms
GBIF — Suriana maritima L.; taxon and synonyms
STINAPA — Washington Slagbaai 2022–2028, Appendix B
Naturalis — Dutch Caribbean Species Register
Stoffers — Simaroubaceae, pp. 310–312, Suriana maritima
Leon Levy Native Plant Preserve — Suriana maritima; tradition and coastal planting
G.J. Simons 1868 — Beschrijving van het eiland Curaçou, plant list
Tabaku di piskadó muhé als kuststruik op Klein Bonaire. De gele bloemen en dicht opeen staande bladeren op Bonaire.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 19 oktober 2026.