01Wortels
De Amerikaanse bosbouwbeschrijving noemt een penwortel met veel zijwortels en fijne wortels. Dit zijn soortgegevens, geen gemeten Bonaireaanse diepte.[3]
Bonaire PlantengidsDe planten van BonaireFabaceae
Pithecellobium unguis-cati (L.) Benth.[1]
Uña gatu grandi is een doornige struik of kleine boom van droge gebieden. Een blad bestaat uit twee paren deelblaadjes. Bij rijping springen de gekrulde peulen open: zwarte zaden steken dan uit wit tot rood vlezig zaadomhulsel.
Leer de plant kennenHet eilandregister noemt onder meer uña gatu grandi, uña di gatu, pan cu keshi en beishi di yuana. Catclaw blackbead en bread-and-cheese zijn Engelse namen. Een vaste Nederlandse naam is niet bevestigd; daarom staat daar de wetenschappelijke naam. Mimosa unguis-cati is een oudere gecontroleerde naam.[1][2]
Van wortel tot zaad
Vier deelblaadjes, gepaarde doorns en gekrulde peulen met glanzend zwarte zaden.[3]
De Amerikaanse bosbouwbeschrijving noemt een penwortel met veel zijwortels en fijne wortels. Dit zijn soortgegevens, geen gemeten Bonaireaanse diepte.[3]
Meestal meerdere stammen, grijze vrij gladde bast en gepaarde blijvende doorns. Doorgaans een struik tot kleine boom; buitenlandse exemplaren kunnen groter worden.[3]
Afwisselend en dubbel samengesteld, met vier brede, scheef omgekeerd eironde tot langwerpige deelblaadjes per blad.[3]
Kleine bloemen in ronde hoofdjes; de lange, bleke tot geelachtige meeldraden maken ze poederkwastachtig.[3]
Gebogen tot gekrulde peulen, ongeveer 5–10 cm volgens de bosbouwbron, die bij rijping opensplijten.[3]
Glanzend zwart, met een wit tot rood vlezig aril rond een deel van het zaad. De kleurige aril is een zaadomhulsel.[3]

Verwar de soort niet met Pithecellobium dulce. De bosbouwbron noemt bij die andere soort grovere twijgen en grotere vruchten. Vier deelblaadjes en doorns zijn op zichzelf onvoldoende voor onderscheid. De naam uña di gatu wordt ook voor Mimosa distachya gebruikt. Die heeft veel kleinere deelblaadjes en langwerpige lila bloemhoofdjes; een gedeelde naam maakt de soorten geen synoniemen.
Bonaire & de Antillen
Gebruik door de tijd
Oude beschrijvingen en gedocumenteerde toepassingen vertellen het verhaal van deze plant.
John K. Francis beschreef zaden voor halskettingen en doornige struiken voor dichte heggen. Het zware, harde hout werd als brandstof gebruikt, al maken de doorns oogsten lastig.[3]
Plant & dagelijks leven
Materiaal
De zwarte glanzende zaden worden in de Caribische bosbouwliteratuur genoemd als materiaal voor halskettingen.[3]
Voedsel
De bron noemt het witte tot rode zaadomhulsel eetbaar, met een lang aanhoudende smaak. Dat is een ander plantdeel dan het zwarte zaad.[3]
Heg en hout
De struik kan dichte heggen vormen; het harde hout wordt als brandhout beschreven. De doorns hinderen het verzamelen.[3][4]
Bronnen voor namen, herkenning, plaatselijk gebruik en geschiedenis. Foto’s, makers en licenties staan hieronder.
Geaccepteerde naam, synoniemen, verspreiding en publicatiegeschiedenis.
Eilandnamen, voorkomen en gecontroleerde beeldmetadata.
Francis2004,pp.575–576: volledige soortbeschrijving, wortels, hout, aril, halskettingen en lora-voedsel.
Heggen, doorns, vogelvoedsel en habitat in Florida.
Uña gatu grandi met vier deelblaadjes per blad bij Rincon, Bonaire. Open peul met zwarte zaden en bleke arils, Key Largo, Florida; buiten Bonaire.
De oorspronkelijke licentie blijft van toepassing op de betreffende foto; zij geldt niet automatisch voor de volledige website.
Bijgewerkt: 19 oktober 2026.